CE in de Noordzee

Sinds 2005 werken de Nederlandse Koninklijke Marine en de Belgische Marinecomponent samen in het kader van 'Beneficial Cooperation'. Dit samenwerkingsverband is bedoeld is om het aantal explosieven in de Noordzee te reduceren omdat deze een veiligheidsrisico vormen voor kotters, hoppers en andere vaartuigen. De zeemijnen, torpedo's, vliegtuigbommen en andere soorten explosieven die op de zeebodem liggen worden conventionele explosieven (CE) genoemd. De CE die sinds 2005 door vaartuigen aan de Kustwacht zijn gemeld en vervolgens door een mijnenjager onschadelijk zijn gemaakt, staan op de kaart aangegeven. Op dit moment zijn er ruim 1.600 CE's gemeld en geruimd in het kader van 'Beneficial Cooperation'. Deze worden door de Marine 'contacten' genoemd.

De meeste CE in de Noordzee zijn daar achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog - zo'n 15 tot 20 procent van alle ingezette CE kwam niet tot ontploffing. Tijdens de zes oorlogsjaren kwamen er voornamelijk CE in de Noordzee omdat er (1) zeemijnen werden ingezet en omdat er (2) schepen en scheepskonvooien werden aangevallen. Ook stortte er vliegtuigen neer, deden vliegtuigen een 'noodafworp' en werden er schietoefeningen gehouden met de kanonnen van de Duitse kustverdediging, de zogeheten Atlantikwall. Ook zijn er na de oorlog CE in de Noordzee gekomen door munitiedumping en schietoefeningen. 

De kaart geeft indicatief aan waar CE zijn gevonden; waar geen kotter of hopper komt, wordt minder snel een CE gevonden - zoals in de Waddenzee. Op zandwinlocaties en rijke visgronden worden sneller CE gevonden, en ook bij de aanleg van de 2e Maasvlakte zijn een heel aantal 'contacten' gemeld. Deze kaart is dan ook nadrukkelijk enkel bedoeld om een ruwe indicatie te geven van waar in de Noordzee meer CE zijn gemeld dan gemiddeld. Het is niet mogelijk om aan de hand van deze kaart harde conclusies te trekken.