FAQ

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.
 

Het vooronderzoek is een bureaustudie naar de aanwezigheid van explosieven in de bodem van een onderzoeksgebied. Hiervoor worden diverse bronnen geraadpleegd, zoals literatuur, gemeentearchieven, nationale archieven zowel in binnen- als buitenland, luchtfotoarchieven, defensiearchieven en in sommige gevallen ook (oog)getuigen. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt beoordeeld of in het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij explosieven kunnen zijn achtergebleven.

Indien dit het geval is, wordt vervolgens ook de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied onderzocht. Daarnaast wordt vastgesteld welke soort explosieven, hoeveelheid en verschijningsvorm aangetroffen kunnen worden. Tevens wordt de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied onderzocht. Ten slotte wordt een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de aan te treffen explosieven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoeksgebied.

U als opdrachtgever wil graag alle risico's van uw project weten en beheersen voordat de werkzaamheden aanvangen.

Het vooronderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied conventionele explosieven (CE) aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE-bodembelastingkaart.
 

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven.

Om het maatschappelijke belang - veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid - te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven.

Lees hier de inhoud van de WSCS-OCE.

Het WSCS-OCE bevat de minimale inspanningseisen voor het vooronderzoek waaraan gecertificeerde bedrijven zich hebben gecommitteerd. Voldoen hun vooronderzoeken niet, dan kan in het uiterste geval hun certificaat worden ingetrokken.

In het WSCS-OCE is onder meer vastgelegd welke bronnen uit de binnen- en buitenlandse archieven ten minste moeten worden geraadpleegd om te kunnen spreken van een deugdelijk vooronderzoek. Ook is vastgelegd wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet verdacht verklaren van een onderzoeksgebied. Tevens dient een gecertificeerd bedrijf te beschikken over een gedocumenteerde procedure waarin de methodiek van het onderzoek is vastgelegd, waarin herleidbaarheid en volledigheid van feiten worden geborgd en waarin de archivering van gegevens die bruikbaar kunnen zijn voor een vervolgstap in het proces opsporen van CE is geregeld.

Gecertificeerde bedrijven worden driemaal per jaar door een certificatie-instelling geaudit. De TÜV stelt tijdens deze audit kritische vragen over hoe het bedrijf waarborgt dat bronnengebruik en analyse worden uitgevoerd conform WSCS-OCE, en hoe het bedrijf waarborgt dat het vooronderzoek op een deskundige, zorgvuldige en gestructureerde wijze plaatsvindt -zoals het WSCS-OCE voorschrijft.

Behalve deze kwaliteitsborging bieden vooronderzoeken uitgevoerd door WSCS-OCE-gecertificeerd bedrijven nog een aantal voordelen. Zo zijn bij gecertificeerde bedrijven mensen in dienst die kennis hebben van CE, en die kennis hebben van opsporingsmethoden. Hun deskundigheidsniveaus (assistent OCE-deskundige, OCE-deskundige, senior OCE-deskundige) zijn vastgelegd in het WSCS-OCE. Deze deskundigen kunnen meedenken over de meest doelmatige vorm van historisch vooronderzoek. Zo wordt geen kostbare tijd verspild aan diepgravend historisch onderzoek naar zaken die irrelevant zijn met het oog op de opsporing van CE.

Mocht een opdrachtgever ervoor kiezen om een vooronderzoek te laten opstellen door een niet-gecertificeerd bedrijf, dan zal dit onderzoek na gereedkomen moeten worden getoetst op deugdelijkheid door een gecertificeerd bedrijf – een aanvullende kostenpost die niet altijd wenselijk is. De Arbowet uit 2006 schrijft overigens voor dat een dergelijke controle alleen hoeft plaats te vinden voorafgaand aan een opsporingswerk; dus als in het vooronderzoek een op CE verdacht gebied is aangemerkt en de opdrachtgever er explosieven wil laten opsporen. Indien dus in een vooronderzoek door een niet-gecertificeerd bedrijf géén verdacht gebied is aangemerkt, zal een opdrachtgever zelf over de kennis en kunde moeten beschikken om een vooronderzoek te toetsen. Hiervoor is kennis vereist van de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, alsmede kennis over vindplaatsen van bronnenmateriaal in binnen- en buitenland. Deze materie is dermate complex dat veel opdrachtgevers ervoor kiezen alleen vooronderzoeken te laten opstellen door gecertificeerde bedrijven.

Saricon is behalve WSCS-OCE-gecertificeerd, ook gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. Dit betekent onder meer dat het bedrijf dient te beschikken over processen voor het verbeteren van de kwaliteit en het product. Ook deze processen worden jaarlijks gecontroleerd door een certificatie-instelling.

Naar aanleiding van de wijziging Bijdragebesluit heeft Saricon onder zijn relaties geïnventariseerd welke vragen er bij de gemeenten speelden met betrekking tot de wijziging. Saricon heeft deze vragen samen met de antwoorden gebundeld.

Kijk voor meer informatie op www.bijdragebesluit.nl.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie
 

Een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geodata, kunnen worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd.
Lees hierover meer onder GIS-Portal.

Een luchtfoto die met behulp van een geografisch informatie systeem (GIS) is geprojecteerd op een topografische ondergrond.
 

De diepte waarop, een niet in werking getreden conventioneel explosief, de bodem kan penetreren op het moment van inslag.
 

Een hiaat in de verzamelde (historische) informatie dat de conclusies van het onderzoek kan beïnvloeden.
 

Gegevens over het onderzoeksgebied met betrekking tot de historie tussen 1945 en nu met betrekking tot de huidige situatie en met betrekking tot het toekomstige gebruik.
 

Een in de oorlog actieve organisatie, per gemeente, verantwoordelijk voor o.a. verduisteringsmaatregelen en voorlichting over hoe te handelen bij luchtaanvallen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) hield tevens bij waar oorlogsschade als gevolg van luchtaanvallen was aangericht en wanneer vijandelijke vliegtuigen overvlogen.
 

Foto genomen door een verkenningsvliegtuig (verticaal/ oblique).
 

Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening. Munitie Opdracht Ruimrapport van de EODD De rapportage van meldingen van alles wat verdacht is. Indien er daadwerkelijk sprake is van een CE, staat in de rapportage de ruiming ervan ook vermeld. De achterzijde van het document wordt door de EODD gebruikt voor de registratie van de uitvoering van de opdracht.
 

Het gebied waar het historisch onderzoek zich op richt.
 

Een explosie die plaatsvindt zonder beschermende maatregelen.
 

Het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering.
 

Rijksdriehoeksstelsel. Dit is het geografische coördinatenstelsel van Nederland en wordt gebruikt om de exacte ligging van een object in x/y coördinaten vast te leggen. Vergelijkbaar met het NAP voor de hoogte.
 

Militaire topografische kaart. Deze kaarten werden voor de strijdende partijen samengesteld om een zo goed mogelijk beeld te vormen van het aan te vallen of te verdedigen gebied. Saricon gebruikt deze kaarten om inzichtelijk te krijgen hoe de topografie van een bepaald gebied tijdens de tweede wereldoorlog er uit zag.
 

Het gebied waarin de aanwezigheid van conventionele explosieven wordt vermoed op basis van feitenmateriaal.
 

Een verdedigingswerk kan bestaan uit onder meer loopgraven(-stelsels), tankgrachten, mitrailleurs- en/of geschutsstellingen, mijnenvelden, prikkeldraad, etc. om strategische punten of objecten van (militair) belang te beschermen en verdedigen tegen vijandelijke grond- en/of luchtaanvallen. Strategische punten kunnen zijn spoorwegovergangen, bruggen, industriële gebieden, etc.
 

De verschijningsvorm zegt iets over de toestand van de CE. Bijvoorbeeld afgeworpen, verschoten, opgeslagen, etc.